Van de duizenden gebouwen die Ieper voor 1914 telde, overleefden er amper vijf het oorlogsgeweld min of meer intact. De rest van de stad lag compleet in puin. Tussen 1915 en 1919 was Ieper een spookstad zonder burgers.
Tussen 8 mei 1915 en de zomer van 1919 was er geen enkele burger meer in Ieper. De enige mensen die de stad binnenkwamen, waren militairen en af en toe inwoners die toelating kregen om zaken uit het puin te halen. “Je moest een militair pas hebben, maar daarbij kreeg je dan meestal begeleiding. Je moest trouwens al een goede reden hebben om zo’n pasje te krijgen. Ieper was een spookstad, en nog het meest vanaf eind 1918.
Je had hier een rij van een vijftal woningen die nog min of meer rechtstonden, wat op zich een eigenaardig feit is. Ook daarom werden er veel foto’s van genomen. Deze twee werden gerestaureerd, de andere werden afgebroken.
Het huis Biebuyck in de Diksmuidestraat
De woning met huisnummer 48 in de Diksmuidestraat werd
gebouwd in 1544. De gevel overleefde het oorlogsgeweld van de Eerste
Wereldoorlog. Op een foto van de Ieperse fotograaf Véron De Deyne uit 1919 is
te zien dat enkel de topgevel in de brokken deelde. Het huis dankt zijn naam
aan Pierre-Donatien Biebuyck. Pierre Biebuyck was advocaat en werd rechter in
Ieper en Kortrijk en voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg in Ieper.
Hij was ook volksvertegenwoordiger. Raymond was de laatste Biebuyck die er woonde.
Na de oorlog tekende stadsarchitect Jules Coomans de heropbouwplannen van de
woning. Hij bleef trouw aan het vooroorlogse uitzicht van het huis. De woning
is sinds 1983 een beschermd monument.
Zon- en maanreliëf
“De vormgeving van de bakstenen trapgevel doet denken aan de
windborden met kromhouten, eigen aan de getimmerde Ieperse gevels. Opmerkelijk
is het gebruik van geprofileerde baksteen in de boogvelden en tussen de
verdiepingen. Een Mariabeeld en een zon- en maanreliëf werden op het eind van
de 19de eeuw aangebracht. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het gebouw niet
zwaar beschadigd, waardoor het waardevol is”, schreef het Agentschap Onroerend
Erfgoed in het beschermingsdossier van het pand.








