Posts tonen met het label natuurpunt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label natuurpunt. Alle posts tonen

6 maart 2020

Natuurpunt Vlaanderen vraagt foto’s van padden en kikkers met herpes.


©Arie Lodder (Natuurpunt) Natuurpunt Vlaanderen vraagt foto's te nemen van padden en kikkers met herpes.



Merk je een dier op met gekke donkere vlekken of blaasjes? Dan zou het volgens Natuurpunt Vlaanderen wel eens kunnen dat het herpes heeft. De natuurorganisatie vraagt mensen vandaag in een persbericht om bij het waarnemen van een zieke pad of kikker foto’s te nemen en die samen met je waarnemingen door te sturen.

Natuurpunt Vlaanderen wil een zicht krijgen op het voorkomen van herpes bij dieren. De ziekte is in deze periode van het jaar, tijdens de voorjaarstrek en ei-afzet, het best waarneembaar. 
Paddenoverzetters worden daarom gevraagd om voorzichtig te zijn en extra hygiënische maatregelen te nemen. Indien ze een zieke pad of kikker zien, worden ze gevraagd dit te melden aan de organisatie.
Herpes komt niet enkel bij mensen voor, maar ook bij amfibieën zoals padden en kikkers. De ziekte is herkenbaar aan blaasjes die een gedeelte of het gehele lichaam van de dieren kunnen bedekken. Deze blaasjes zijn vaak wat harder dan de rest van de huid en kunnen al dan niet doorzichtig zijn. Bij dieren in het water hebben de blaasjes vaak een blauwe of een witte kleur.
Merk je een dier op met gekke donkere vlekken of blaasjes? Neem dan duidelijke foto’s van het dier, voer je waarneming in op www.waarnemingen.be met in het notitieveld ‘Herpes’ en stuur je waarneming door naar meldpuntziekeamfibieën@ugent.be. “Het is niet de bedoeling om dieren bij te houden”, klinkt het nog bij Natuurpunt Vlaanderen.

20 augustus 2018

Recordaantal kikkers, padden en salamanders veilig overgezet, "maar daarom nog geen hoera-bericht"

Dit jaar zijn ruim 235.000 kikkers, padden en salamanders tijdens hun voorjaarstrektocht veilig over de weg de gezet in Vlaanderen. Da's een absoluut record, zegt Natuurpunt maar de organisatie waarschuwt ervoor dat dit niks zegt over hoe het met de soort gaat. 

Eerst het goede nieuws: dat er zoveel amfibieën zijn "overgezet", is uiteraard positief. "Als we er 235.000 kunnen redden, dan is de impact van die acties heel erg groot", zegt Dominique Verbeelen van Natuurpunt.
Bij die overzetacties wordt via schermen vermeden dat de amfibieën de weg overkruipen. Ze worden opgevangen en naar de overkant van de weg gebracht, waardoor ze niet kunnen worden platgereden door het verkeer. "Er zijn toch ook nog 11.429 verkeersslachtoffers gemeld. En dat is slechts het topje van de ijsberg. Op heel wat routes is er geen padden rescue team." 
Bij het recordcijfer moet ook deze nuance: er zijn ook veel meer acties op poten gezet door de verschillende gemeenten. Dat aantal gaat al jaren in stijgende lijn. Dit jaar is het aantal acties van vrijwilligers in de Vlaamse provincies met bijna 15 procent gestegen naar 272. "De motivatie om zelf te participeren groeit, en dat is geen hype, want het stijgt al jaren. Het bewustzijn bij de mensen groeit. We zien dat bijvoorbeeld ook bij vlinder- en vogeltelweekends", zegt Verbeelen.
Het is niet omdat er meer dieren veilig zijn overgezet, dat het daarom ook goed gaat met de soort. "Amfibieën blijven een bedreigde soortgroep", zegt Verbeelen. "Of de soort het nu beter doet? Dat weten we niet, want er is geen algemeen meetnet in Vlaanderen. Voor mij is dit dus ook geen hoera-bericht. Het bewustzijn bij de mensen groeit, en dat is goed, maar we moeten waakzaam blijven."  Of de warme en droge zomer slecht of goed nieuws is voor de amfibieën, is niet duidelijk. Als poelen te snel uitdrogen, is dat geen goede zaak, zegt Marc Herremans van Natuurpunt. Dit seizoen was dat kantje-boordje, dus daar zijn geen conclusies aan te koppelen. De warme zomer heeft veel dieren wel in droogterust gebracht, en als het nog enkele weken droog en warm zou zijn, kan dat wel een impact hebben, omdat ze dan verzwakt de winter zouden ingaan.

Padden, bruine kikkers, maar ook kamsalamanders en andere

In 2018 werden in heel Vlaanderen officieel 235.669 amfibieën veilig de weg overgezet. Het ging vooral om gewone padden (65%), bruine kikkers (21%) en alpenwatersalamanders (5%). Maar ook zeldzame soorten als de rugstreeppad (47 exemplaren), heikikker (106) en kamsalamander (216) werden geregistreerd. Het vorige record werd gevestigd in 2006, toen 200.687 amfibieën konden worden gered, meldt Natuurpunt.

28 februari 2018

Muurhagedis verovert België en neemt daarvoor de trein


De muurhagedis is aan een heuse opmars bezig. Dat blijkt uit een lopende studie in opdracht van Leefmilieu Brussel over de verspreiding van amfibieën en reptielen in het Hoofdstedelijk Gewest. De muurhagedis verspreidt zich niet alleen in Brussel, maar eigenlijk over heel België. En dat doet hij per trein.

Twintig jaar geleden kon je muurhagedissen enkel spotten in de regio tussen Samber en Maas. Maar de voorbije jaren lijkt de soort haar verspreidingsgebied in een sneltreintempo te hebben uitgebreid over een groot deel van Vlaanderen en Brussel.

Robert Jooris, reptielenkenner bij Natuurpunt, heeft de opmars van bij het begin mee in kaart gebracht. "Al snel viel op dat de dieren heel dikwijls in rangeerstations opdoken", zegt Jooris. "De hagedissen zijn er terecht gekomen door mee te reizen met goederentreinen die vaak lang stilstaan in die rangeerstations."

"De metalen goederenwagons die er staan, warmen goed op in de zomer zodat ze een geschikte plek vormen voor warmteminnende muurhagedissen. Als de trein dan uiteindelijk vertrekt, reizen de hagedissen mee. Op die manier wist de soort zich te verplaatsen naar gebieden waar ze nooit eerder werd waargenomen".

"Klimaatopwarming heeft muurhagedis naar Vlaanderen en Brussel gebracht"
De muurhagedis is er ondertussen in geslaagd om zich langsheen de spoorwegen te settelen. Een spoorwegomgeving, met sporen op steenslag, lijkt relatief goed op de natuurlijke habitat van de muurhagedis. Muurhagedissen hebben veel warmte nodig en de spoorwegbermen bieden voor hen dan ook een interessant, voldoende warm microklimaat.

Mogelijk hebben muurhagedissen ook vroeger al als treinreizigers grotere verplaatsingen gemaakt, maar leidde dat nooit tot nieuwe vestigingen. Die nieuwe plaatsen waren wellicht niet warm genoeg voor de hagedissen om zich voort te planten.

 "Muurhagedissen hebben in juli een temperatuur nodig van minstens 18 graden Celcius om hun eieren te laten uitbroeden", weet Jooris. "De klimaatopwarming heeft ervoor gezorgd dat die gemiddelde julitemperatuur de voorbije decennia geregeld bereikt werd, waardoor de soort zich nu ook in Vlaanderen en Brussel succesvol kan voortplanten."

Muurhagedis vertoeft in Brusselse rangeerstations
Ook in de grote Brusselse rangeerstations zijn de muurhagedissen inmiddels aan het voortplanten geslagen. Dominique Verbelen van Natuurpunt, die aan de Brusselse Reptielen- en Amfibieënatlas werkt, heeft weet van aanzienlijke populaties in de rangeerstations van Haren, Schaarbeek en Vorst-Zuid.

"Binnenkort wordt het weer warm genoeg om de dieren waar te nemen", zegt Verbelen.  "We hopen dat iedereen die een hagedis ziet, ons dat zal melden, liefst met een foto." Waarnemingen kunnen gemeld worden via de website www.waarnemingen.be.

De studie, die wordt gecoördineerd door Natuurpunt en Natagora, de Waalse tegenhanger van Natuurpunt, zal in 2019 resulteren in een nieuwe verspreidingskaart voor amfibieën en reptielen in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest.


22 februari 2018

Dit kan je doen om te vermijden dat amfibieën zich laten verrassen door de vrieskou

Een zogeheten polar vortex (of poolwervel) zorgt de komende weken voor vriestemperaturen tot -12°C. Voor kikkers, padden en salamanders die tijdens de recordwarme dagen eind januari al uit hun winterslaap ontwaakten en naar de voortplantingspoelen trokken, kan dit winteroffensief slecht uitpakken. Vooral ondiepe, kleine tuinvijvertjes kunnen de komende dagen tot op de bodem dichtvriezen. Bovendien kan er zich ook moerasgas ophopen onder het ijs. Door een wak in je tuinvijver te maken, verhoog je de kans dat de amfibieën deze winterprik doorkomen.

De ravage in een kleine tuinvijver kan behoorlijk oplopen.
Na een lange, aanhoudende vorstperiode met ijsbedekking op poelen en tuinvijvers worden - na de dooi - vaak dode, sterk opgezwollen kikkers aangetroffen. Oorzaak: verstikking als gevolg van de productie van ‘moerasgassen’ zoals methaan en waterstofsulfide. Deze gassen worden gevormd tijdens de bacteriële afbraak van dood organisch materiaal zoals dode bladeren op de bodem van een vijver. Het zuurstofgehalte op de bodem - waar sommige kikkers overwinteren - ligt lager dan aan het wateroppervlak. Aangezien de bacteriën die voor de afbraak van bladeren zorgen geen zuurstof nodig hebben om te overleven, kunnen deze zich in zuurstofarme of zuurstofloze omstandigheden goed ontwikkelen, ook wanneer de waterpartij met een dikke laag ijs en sneeuw bedekt is. De bacteriële afbraak gaat dus door, ook wanneer het wateroppervlak is bevroren. Daardoor neemt het zuurstofgehalte af. Maar voor kikkers is de aanwezigheid van zuurstof wel een must om te overleven.
Padden overwinteren zelden of nooit in het water. Ze verkiezen rommelhoekjes in de tuin of de beschutting van een steen. Eens ze voelen dat het lente wordt, trekken ze naar vijvers en poelen om er zich voort te planten. Toch kunnen ook zij het slachtoffer worden van de vrieskou wanneer ze zich laten verrassen. In sommige jaren trekken ze namelijk (te) vroeg naar hun paarplaatsen. Dat blijkt ook dit jaar het geval te zijn. Na de warmste 24 januari ooit, volgden enkele uitzonderlijk zachte nachten waarin vooral salamanders en een kleine voorhoede van de padden te vroeg uit hun winterslaap zijn ontwaakt. Natuurpunt kreeg eind januari dan ook heel wat meldingen binnen van amfibieën in tuinvijvers. Op zich hoeft dit geen probleem te zijn. Wanneer zo’n boterzachte periode echter wordt gevolgd door een stevige winterprik met meerdere ijsdagen en een dikke ijslaag tot gevolg, dan kan een te laag zuurstofgehalte in een bevroren tuinvijver ervoor zorgen dat de kikkers en salamanders die eind januari al het water opzochten deze winterprik niet zullen overleven.
Maak een wak in je bevroren tuinvijvertje
Het heeft geen zin amfibieën uit het water te halen wanneer ze in volle winterrust zijn. Wel een goed idee is het om een gat in het ijs te maken, zeker bij kleine, ondiepe wateroppervlaktes (zoals vaak het geval is bij tuinvijvertjes). Zo komt er zuurstof in het water zodat het risico op verstikking afneemt.
Ook na de winter kan je acties ondernemen om kikkers, padden en salamanders te helpen. Bijvoorbeeld door extra overwinterplekken te voorzien in je tuin zoals hoekjes met bladeren, hout en stenen.
Tekst: Dominique Verbelen, Natuurpunt Studie

27 december 2016

Natuurpunt overschrijdt de kaap van 100.000 leden

Natuurpunt sluit het jaar af met 101.065 aangesloten gezinnen, de vereniging haalt daarmee de vooropgestelde doelstelling. Ook andere natuur- en milieuverenigingen hebben nog nooit zoveel leden gehad. "Steeds meer Vlamingen springen zelf in de bres om de natuur veilig te stellen voor de toekomst", klinkt het.

Het afgelopen jaar kwamen enkele grote dossiers veelvuldig in de media, denk maar aan het bos van Essers in Limburg. Onder meer door die aandacht zijn steeds meer Vlamingen geïnteresseerd geraakt in het werk van Natuurpunt. "Dat zijn zaken die de mensen aanspraken en waardoor ze voelden dat ze iets moeten doen voor de natuur. Zo werden ze lid", vertelt Jan Dhollander van Natuurpunt. "Al hebben we ook wel specifieke acties gedaan om het ledenaantal te doen stijgen."
De vrijwilligers van Natuurpunt organiseren heel wat activiteiten om mensen in contact te brengen met de natuur en ze zetten zich ook in om die natuur de beschermen. Zo beheren ze intussen 22.800 hectare natuur in 500 verschillende natuurgebieden in Vlaanderen.
Dat werk spreekt dus ruim 100.000 leden aan. De Gentse afdeling van Natuurpunt is met ruim 6.700 leden de grootste, qua provincie staat Antwerpen op nummer 1.
Ook bij andere verenigingen zoals Greenpeace, WWF en Vogelbescherming Vlaanderen hebben ze leden bijgekregen.

28 mei 2016

Nieuwe spin ontdekt in Knokke-Porrhomma cambridgei

Foto: Jorg Lambrechts
In het Zwin in Knokke-Heist is een nieuwe spinnensoort ontdekt. Het gaat om een klein spinnetje met de Latijnse naam 'Porrhomma cambridgei'.
Bovenaanzicht van Porrhomma cambridgei. (foto Pierre Oger)
Een Nederlandse naam is er nog niet voor het spinnetje van amper 3 à 4 milimeter, dat behoort tot de familie van de kleinoogjes.

Het is de eerste keer dat de spin in ons land werd gezien. Dat gebeurde tijdens onderzoek naar de natuurwaarden van het Zwin. "We hebben valletjes in de bodem ingegraven", zegt onderzoeker
Jorg Lambrechts van Natuurpunt. "Deze soort leeft daar waarschijnlijk al heel lang, maar werd altijd over het hoofd gezien. Omdat de spin zo klein is en ook onder de grond leeft. Maar toch is dit een belangrijke ontdekking."