Posts tonen met het label Oryzias woworae. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Oryzias woworae. Alle posts tonen
7 februari 2015
3 juni 2014
"Daisy's Ricefish" Oryzias woworae.
Artikel Aquarium Wereld jaargang 67 -Nummer 06- juni 2014:
Tekst en foto's:
Swa Vleminckx, Betta Buggenhout.
Omdat het een
tropische soort betreft moeten deze
visjes gehouden worden tussen de 24- 27 C°. En niet zoals sommige subtropische
soorten (Oryzias latipes) die men perfect kan houden in een aquarium van
18°C en die in de zomer zelfs in een buitenvijver(tje) gehouden kunnen worden (Walter Van der Jeught 2005).
Tekst en foto's:
Swa Vleminckx, Betta Buggenhout.
"Daisy's Ricefish" Oryzias woworae. Parenti & Hadiaty, 2010
Deze soort die onlangs is ontdekt op een klein eiland Muna Island voor de zuidoostelijke kust van het eiland
Sulawesi, Indonesië. Oryzias woworae is in 2010 beschreven
en vernoemd naar haar ontdekker Dr.
Daisy Wowor. Het is ook hun algemene naam
in het Engels "Daisy's Ricefish ".
Rijstvissen
leven in zoet en brak water van India tot Japan en in de Indo-Australische Archipel , met name Sulawesi . De
gemeenschappelijke naam van de groep is afgeleid van het feit dat veel soorten
zijn te vinden in de Japanse rijstvelden . Ongeveer 29 soorten, waarvan sommige
zeer zeldzaam en bedreigd, en sommigen al uitgestorven
zijn.
Het eiland Muna of Moena (Indonesisch: Pulau Muna) bevindt zich in de Bandazee, De grootste stad van het
eiland is Raha. Het eiland is ongeveer 100 km
lang en 50 km breed en heeft een
oppervlakte van 2.911 km ². Het
heeft een heuvelachtige, beboste oppervlakte, oplopend tot 445 m.
De rode
ster geeft de plaats aan waar Oryzias
woworae voor het eerst is gevonden door Dr. Daisy Wowor.
Deze nieuwe soort onderscheidt zich van alle
andere bekende rijstvisjes door hun opmerkelijke kleurpatroon van beide
geslachten. De staalblauwe kleur is wel het meest prominent bij
volwassen mannen aanwezig, en
een roodachtige vlek op de keel en borst. Ze hebben ook rode markeringen op de
borstvinnen en staartvinnen. Het zijn kleine (2,5 à 3 cm) vreedzame en levendige scholenvissen die met minimaal
8 stuks gehouden moeten worden. Het geslachtsonderscheid is niet altijd even
duidelijk bij jonge visjes. Later kan men met meer zekerheid het geslacht vast
stellen. Mannetjes hebben fellere kleuren en een forse borst. Ook een
belangrijk geslachtsonderscheid zijn de vinnen, de mannen hebben een 'gerafelde' aarsvin.
Verzorging.
Omdat het een
tropische soort betreft moeten deze
visjes gehouden worden tussen de 24- 27 C°. En niet zoals sommige subtropische
soorten (Oryzias latipes) die men perfect kan houden in een aquarium van
18°C en die in de zomer zelfs in een buitenvijver(tje) gehouden kunnen worden (Walter Van der Jeught 2005).
In de habitat waar O.
woworae werd gevonden zwommen ook
Nomorhamphus soorten
((halfsnavelbekjes)), maar het is toch af te raden om deze samen te houden,
daar Nomorhamphus
soorten geduchte jagers zijn, en ze O. woworae als prooi gaan zien. Indien men ze toch in een gezelschapsaquarium wilt
houden zijn volgende medebewoners veel beter geschikt, garnalen, dwerg Corydoras
soorten zoals Corydoras hastatus, Corydoras habrosus, zeer kleine
tetra's en rustige bodemvissen zoals Indische
modderkruipers (Pangio kuhli).
Het
zijn alleseters, met een voorkeur voor (klein) levend- en diepvriesvoer.
Droogvoer wordt ook geaccepteerd. Ik voederde voornamelijk pas uitgekomen
Artemia tijdens de periode dat ze in het kweekaquarium zaten.
Nakweek in het aquarium.
Het
aquarium moet aan de randen en achtergrond dicht worden beplant. Wat absoluut
belangrijk is om de eitjes aan vast te kleven.
Bijvoorbeeld dichte bossen Myriophyllum en Javamos (Vesicularia dubyana). Wat
drijfplanten, ik gebruik hiervoor Hygroyza aristata, om het licht te
dempen.
Hygroyza aristata
Als
bodembedekking gebruik je een zandige bodem. De belangrijkste waterwaarden zijn
bij mij: temperatuur 27°C- PH 6,58- GH:
2 - KH: 3
Rijstvissen hebben
een zeer eigenaardige wijze van voortplanting. De paring vind plaats vroeg in
de ochtend. Het vrouwtje draagt de bevruchte eitjes mee in een
druif-achtige bos gehecht aan haar aarsvin(1). Het aantal eitjes is relatief
klein, meestal een tiental tot een dozijn.
Na de bevruchting blijven de eitjes
met een fijne “draad” nog enkele uren aan het vrouwtje vastzitten. Hierna worden ze “gelost” (de draad wordt hier letterlijk met de moeder verbroken) als het vrouwtje langsheen en tussen
geschikte planten zwemt, waar ze dan blijven aan- en tussen hangen en meteen
ook aan hun lot worden overgelaten.
Bij een watertemperatuur
van 26 graden kwamen de eerste visjes na 12 dagen uit het ei, de meesten kwamen
op dag 14 uit.
De jongen werden bij mij groot
gebracht met infusoriën en azijnaaltjes, daarna juist uitgekomen Artemia.
Dus na tientallen jaren
van vrijwel hun afwezigheid in de aquariumhandel, lijkt erop dat de rijstvisjes
terug zijn, en in stijl met zo'n kleurenpracht! Dat is goed nieuws, want
rijstvissen zijn kleine vissen en over het algemeen niet zo moeilijk te houden en na te kweken.
(1) Dit kenmerk hebben ze met nog
slecht twee andere soorten gemeen: deze van het genus Micropanchax en Cubanichthys cubensis, een killi-vis uit Cuba.
Literatuur:
Parenti,
LR and RK Hadiaty (2010) A new, remarkably colorful, small ricefish of the
genus Oryzias (Beloniformes, Adrianichthyidae) from Sulawesi, Indonesia. Copeia
2010, pp. 268–273.
Oryzias... voor in het koudwateraquarium en in de vijver
Walter Van der Jeught
Aquariumwereld: Jaargang 58 – Nr. 07-08 - Juli-Augustus 2005 ISSN 1372-6501
Walter Van der Jeught
Aquariumwereld: Jaargang 58 – Nr. 07-08 - Juli-Augustus 2005 ISSN 1372-6501
20 november 2013
15 november 2013
Oryzias sp. ‘Kendari’ described to science!
The previously unidentified ricefish known to aquarists as Oryzias sp. ‘Kendari’, O. sp. ‘neon’ or O. sp. ‘Sulawesi’ is given an official scientific name in the latest issue of Copeia, the journal of the American Society of Ichthyologists and Herpetologists.
It was discovered in 2009 and as far as we’re aware wild specimens for the hobby have only been collected on a single occasion to date, by Jeffrey Christian of Maju Aquarium, Frank Evers and Hans-Georg Evers.
The new species is named O. wolasi in reference to its type locality in Wolasi District on the island of Sulawesi, Indonesia, with the common name ‘Wolasi Ricefish’ proposed by the authors.
It looks very similar to the popular Oryzias woworae and a new species assemblage, the O. woworaegroup, is raised in the paper, with members possessing orange to deep red pigmentation on the caudal fin margins, ventral margin of the caudal peduncle and at least the posterior portion of the base of the anal fin, plus a bluish sheen on the body that is most pronounced in live adult males.
The group currently contains three species with O. asinua, named for the Asinua river, also described in the study.
Both O. wolasi and O. asinua differ from O. woworae by possessing elongate medial dorsal-fin rays in males extending to the posterior extent of the first principal caudal-fin ray plus an orange-coloured olfactory epithelium on each nasal organ in at least females in life.
O. wolasi is golden and relatively deep-bodied, with body depth reaching 32% SL, versus reaching 25% in O. asinua and 30% in O. woworae, and caudal peduncle depth (11–12% SL, mean 11.2%, versus 9–11%, mean 10%, in O. asinua and 8–11%, mean 9.2%, in O. woworae. Only females possess orange olfactory epithelia on the nasal organs.
In O. asinua both sexes have orange-coloured olfactory epithelia plus it is relatively slender compared to O. wolasi and O. woworae with body depth 21–25% SL, mean 22.9%, versus 23–32%, mean 25.3% in O. wolasi and 22–30%, mean 26% in O. woworae.
Sulawesi represents a centre of diversity for Oryzias species and these new discoveries bring the total found there to 19 of which 17 are endemic to the island.
For further information see the full paper: Parenti, L. R., R. K. Hadiaty, D. Lumbantobing, and F. Herder, 2013. Two New Ricefishes of the Genus Oryzias (Atherinomorpha: Beloniformes: Adrianichthyidae) Augment the Endemic Freshwater Fish Fauna of Southeastern Sulawesi, Indonesia. Copeia 2013(3): 403-414 (link to abstract only)
With thanks to Renny K. Hadiaty and Daniel Lumbantobing.
4 juni 2013
26 mei 2013
16 mei 2013
Oryzias woworae nakweek
Het zijn alleseters. Ze moeten dus afwisselend gevoerd worden met (klein) levend en diepvriesvoer. Droogvoer wordt ook geaccepteerd.
Het geslachtsonderscheid is niet altijd even duidelijk bij jonge visjes maar de oogjes van de vrouwtjes vertonen meer blauw. Later kan men met meer zekerheid het geslacht vast stellen. Mannetjes hebben fellere kleuren en een forse borst. Misschien het belangrijkste geslachtsonderscheid, mannen hebben een 'gerafelde' buikvin wat duidelijk te zien is op de onderstaande foto's.
Een andere specifieke eigenschap van rijstvisjes is dat na de bevruchting de eitjes met een fijne “draad” nog enkele uren aan het vrouwtje blijven vastzitten. Ze worden “gelost” (de draad wordt hier letterlijk met de moeder verbroken) als het vrouwtje langsheen en tussen geschikte planten zwemt, waar ze dan blijven aan- en tussen hangen en meteen ook aan hun lot worden overgelaten.
Dit kenmerk hebben ze met nog slecht twee andere soorten gemeen: deze van het genus Micropanchax en Cubanichthys cubensis, een killi-vis uit Cuba.
De ouders laten de jongen met rust.
De jongen kunnen worden groot gebracht met de kleinste infusoriën, azijnaaltjes en daarna artemia.
Literatuur:
Oryzias... voor in het koudwateraquarium en in de vijver
Walter Van der Jeught
Aquariumwereld: Jaargang 58 – Nr. 07-08 - Juli-Augustus 2005 ISSN 1372-6501
Het geslachtsonderscheid is niet altijd even duidelijk bij jonge visjes maar de oogjes van de vrouwtjes vertonen meer blauw. Later kan men met meer zekerheid het geslacht vast stellen. Mannetjes hebben fellere kleuren en een forse borst. Misschien het belangrijkste geslachtsonderscheid, mannen hebben een 'gerafelde' buikvin wat duidelijk te zien is op de onderstaande foto's.
Een andere specifieke eigenschap van rijstvisjes is dat na de bevruchting de eitjes met een fijne “draad” nog enkele uren aan het vrouwtje blijven vastzitten. Ze worden “gelost” (de draad wordt hier letterlijk met de moeder verbroken) als het vrouwtje langsheen en tussen geschikte planten zwemt, waar ze dan blijven aan- en tussen hangen en meteen ook aan hun lot worden overgelaten.
Dit kenmerk hebben ze met nog slecht twee andere soorten gemeen: deze van het genus Micropanchax en Cubanichthys cubensis, een killi-vis uit Cuba.
De ouders laten de jongen met rust.
De jongen kunnen worden groot gebracht met de kleinste infusoriën, azijnaaltjes en daarna artemia.
Literatuur:
Oryzias... voor in het koudwateraquarium en in de vijver
Walter Van der Jeught
Aquariumwereld: Jaargang 58 – Nr. 07-08 - Juli-Augustus 2005 ISSN 1372-6501
10 april 2013
Abonneren op:
Posts (Atom)






























