26 februari 2011

Vissen van Afrika

 De LEPIDARCHUS ADONIS of Adoniszalm wordt maximaal 2 cm groot en leeft in geheel West Afrika. Hij is voor het eerst in 1967 door M Blair beschreven. De mannetjes zijn herkenbaar aan de talrijke purperkleurige vlekken op achterste lichaamshelft en staartvin, terwijl de vrouwtjes meer glasachtige tot doorzichtige zijn. Het is een vredige soort die enkel met kleine medebewoners, zoals enkele Nannostomusachtigen, in kleine aquaria met dichte plantengroei en extreem zachtzuur water (4 DH, ph 5,8 tot 6,5) kunnen verzorgd worden. Inzake voedsel wordt enkel het allerkleinste levend voer genomen. De kweek zou eenvoudig, doch door geringe eiafzet (20 tot 30) minder rendabel zijn. Zo ook worden de eieren in verschillende fasen over lange termijn tussen fijnbladige planten afgezet. De jongen komen na 36 uur uit maar zwemmen pas na 1 week vrij en accepteren dan pas artemianauplien. De jongen vertoeven graag op donker tot niet belichte plaatsen. Daarom slechts zwak belichten. De voederplaats wordt belucht om het voedsel in beweging te houden. Indien de jongen het voedsel niet accepteren kan meer bijgelicht worden buiten de voederplaatsen en lagere waterspiegel.

De andere dwerg in de onderfamilie is de LADIGESIA ROLOFFI of Oranjedwergzalm die met zijn 4 cm toch iets groter wordt dan de hierboven beschreven soort. Hij stamt uit Liberia (Yungstroom), Sierra Leone, Ivoor- en Goudkust en is voor het eerst beschreven in 1967 door Roloff. De sterk ingesneden staartvin is uitrafelend bij de mannetjes. Het is een schuwe vredige scholenvis die in de natuur met Neolebias unifasciatus, Epiplatys annulatus en Bifasciatus samenleeft. Gezien zijn springtalent wordt het aquarium goed afgedekt. Verzorging bij donkere bodem, ph 6 tot 7, DH lager dan 10. Het aanwezig zijn van drijfbladeren wordt door deze bodemleggers zeer gewaardeerd. De jongen kunnen enkel met het allerkleinste levend voer, zoals infusie en artemia, worden grootgebracht.




1Awaous lateristriga (Duméril, 1861)
2Nannocharax zebra (Dunz, A.R. & Schliewen U.K., 2009)
3Neolebias ansorgii (Boulenger, 1912)
4Procatopus nototaenia (Boulenger, 1904)
5Procatopus similis (Ahl, 1927)
6Sicydium crenilabrum (Harrison, 1993)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen