21 november 2020

Herdenkingskunstenaar Jan Fieuw geeft oude houten treinpalen een ‘soldatengezicht’.













Jan Fieuw tussen zijn en werk ‘War Faces”: “Ik werk heel graag met materiaal waar een verhaal achter zit.” © Henk Deleu

Herdenkingskunstenaar Jan Fieuw geeft oude houten treinpalen een ‘soldatengezicht’: “Ik hoop de Queen een exemplaar te kunnen geven”

Kunstenaar Jan Fieuw (45) uit Poelkapelle werkt aan een nieuw prestigieus project. Met ‘Faces of War’ geeft hij houten palen, afkomstig uit smalsporen, een gezicht. In totaal maakt hij 129 exemplaren, een voor elk land dat bij WO I betrokken raakte. “Ik hoop een paal in handen van de Queen te kunnen te geven.”

“Een hobby? Ik kan dat woord niet horen. Wat ik doe heeft niets met een hobby te maken. Dit is een passie, een levenswerk.” Jan Fieuw is een man met een missie. Hij is al langer bezig met ‘A Message in a Poppy’ waarbij hij klaprozen maakt met restjes oorlogsmunitie, een tastbaar eerbetoon voor familie van gesneuvelde soldaten. Zijn werk kreeg al heel wat aandacht in het buitenland. Hij kreeg zelfs al een bedanking van de Queen en haar man en hij trok naar Australië om over zijn werk te spreken. Naast ‘A Message in a Poppy’ maakt Jan kunst met steen, linodruk en materialen uit de oorlog.

Krijgsgeweld

Al even broedde hij op een andere project: ‘Faces of War. “Ik wou echt eens kunst maken met mijn handen”, vertelt Jan. “Tijdens een project vroeg ik een boer mij het verhaal te vertellen van de houten palen die in de grond steken. Het bleek te gaan om hout van smalsporen uit WO I (een smalspoor had een kleinere breedte dan een normaal spoor, nvdr). “Eenmaal het krijgsgeweld was afgelopen, kwamen de boeren terug naar huis, maar ze hadden niets om opnieuw te beginnen. Het enige wat ze terugvonden was het hout van de sporen die door de velden liepen. Dat recupereerden ze en ze zetten er hun weiden mee af.”



Elke paal krijgt een brandstempel. © Henk Deleu

Jan vond het zonde om dat hout te laten wegrotten en geeft het met zijn kunstproject ‘Faces of War’ een nieuw leven. “En de boer is blij dat hij het kwijt raakte, want hij mag het niet naar het containerpark dragen.” De kunstenaar zette zich aanvankelijk aan het werk in zijn garage, maar zijn vrouw verwees hem vriendelijk maar kordaat naar de tuin.

Tot 16 uur werk per paal

In totaal maakt Jan 129 exemplaren van zijn ‘Faces of War’. “Dat getal verwijst naar het aantal landen dat in WO I betrokken was.” De veertiger maakt de palen eerst volledig schoon en beitelt er dan een gezichtje in. Die gezichtjes symboliseren een soldaat. Je treft geen nationaliteit of vlag op de palen, alles blijft neutraal. “Voor mij is elke soldaat dezelfde.” De herdenkingskunstenaar laat alle zaken die in het hout zijn geraakt gewoon zitten. “Er zijn palen met stukjes elektrische draad, kogels, loodjes, noem maar op. Om een paal volledig in orde te plaatsen, vergt het tussen de 8 en de 16 uur. Alles wordt met de hand tot in de kern van het hout schoongemaakt.”

Jan ging zijn werk voorstellen aan Willem Vermandere, die hij een beetje kent. “Het deed deugd te horen dat Willem er zich volledig in kan vinden. Dat gaf me moed om verder te doen.” De artiest wil met zijn project verschillende doelen bereiken. “Waar de palen uiteindelijk terecht zullen komen, dat weet ik nog niet. De eerste stap is in ieder geval al gezet en die is niet min. Ik kreeg groen licht om het kunstwerk op te stellen pal voor het Memorial Museum in Passendale. Directeur Steven Vandenbussche heeft voor mij gepleit en kreeg het gemeentebestuur over de schreef. Normaal zou het de bedoeling zijn om op Anzac Day, 25 april, de tentoonstelling te openen. Ik zou echter graag hebben dat de Australiërs, Canadezen, Britten, Nieuw-Zeelanders en Amerikanen dit kunnen bekijken, naast Belgen, Fransen en Duitsers. Iedereen vocht voor zijn vaderland en zijn vrijheid. Corona is de onzeker factor in het verhaal. In ieder geval hoop ik met het project nog naar Diksmuide, de Somme en Engeland te trekken. Mijn droom is om persoonlijk een paal in de handen van de Britse koningin te geven.”


 
Rechterhand

Jan merkt nog op dat hij zijn ‘Faces of War’ niet alleen kan afwerken. “Gelukkig krijg ik wat hulp. Zo deed Dominiek Dendooven van het In Flanders Fields Museum het opzoekwerk voor mij en is Franky De Keersmaecker mijn rechterhand in het project. Ook Steven Vandenbussche van het museum in Passendale moet ik bedanken. En natuurlijk ben ik mijn echtgenote, kinderen, familie en vrienden heel dankbaar om het met mij uit te houden en mij te steunen.” 

Meer info via.https://www.fieuwjan.com/



Geen opmerkingen:

Een reactie posten